Zonder titel (Gods voet)
- W. Swennen / Hans Theys; Liliane Dewachter
- Walter Swennen / Eva Grabbe; Wim Van Mulders; Laurent Busine
- A Story of The Image - Old & New Masters from Antwerp / Bart De Baere; Paul Huvenne; Herwig Todts; Paul Vandenbroeck; Pieter Paul Rubens; Jan Van der Stock; Gerrit Vermeiren; Adrian Rifkin; Dieter Roelstraete; Philippe Pirotte; Edwin Carels
- Walter Swennen 'How To Paint A Horse' / Rudi Fuchs; Koen Leemans; Luk Lambrecht
- De Verzameling / La Collection / The Collection / Rita Compère; Leen De Backer; Bert De Beul; Anny De Decker; Liliane Dewachter; Jan (Yonah) Foncé (-Zimmerman); Marie-Pascale Gildemyn
- JUBILEE - MuHKA 2007/1987/1967 (Een momentopname van de verzameling) / Bart De Baere; Dieter Roelstraete; Leen De Backer; Jan De Vree; Grant Watson; Hans Willemse; Herman Asselberghs; Edwin Carels; Wouter Davidts; Marc Holthof; Johan Pas; Anne-Marie Poels; Hans Theys
Object numberBK005123
TitleZonder titel (Gods voet)
Creator Walter Swennen (kunstschilder)
Description
‘Zonder titel (Gods voet)’ is een acrylverfschilderij op canvas in rechthoekig, staand formaat. Tegen een abstracte, lichtgekleurde achtergrond zien we, net niet gecentreerd in beeld, een figuur die lijkt op een koppoter, een vereenvoudigde menselijke gestalte zoals peuters die tekenen. Een zwarte driehoek, omgeven door enkele zwarte stralen, vormt de ‘kop’ van de figuur. Die herinnert aan het alziend oog, een klassiek kunsthistorisch motief dat de aanwezigheid van God in het universum symboliseert. Halverwege de jaren tachtig, toen Swennen met het motief aan de slag ging, maakte het niet alleen deel uit van het collectief geheugen in Vlaanderen, maar gold het ook al als versleten en zelfs banaal (omdat het decennialang zo nadrukkelijk te zien was in tal van huiskamers, op volksprenten met het gebod ‘God ziet u, hier vloekt men niet’).
Het enkele been waarop de kop van de figuur steunt, is samengesteld uit drie houten plankjes, onderling verbonden door bouten. Het vouwt open als een plooimeter of een meccano-constructie. De grafische uitwerking van het been en de geschoeide voet herinnert in het algemeen aan de wereld van strips en animatie. De vooruitgeschoven positie van het been - met de licht geheven knie en voet - doet denken aan de tekenstijl van Hergé en de manier waarop hij zijn hoofdfiguren, zoals Kuifje of Kwik en Flupke, in looppas afbeeldde.
‘Zonder titel (Gods voet)’ oogt vlak door het scherpe contrast tussen lichte en donkere kleuren, de schematische beeldtaal en de afwezigheid van diepte- of detailwerking. De compositie wekt de indruk van een pictogram en doet denken aan het driehoekige, geel-zwarte icoon met pijl dat waarschuwt voor elektrocutiegevaar door hoogspanning. Symbolen die te maken hebben met de dood, meestal op een humoristische en cartooneske manier weergegeven, komen regelmatig voor in het oeuvre van Swennen.
Swennen baseerde zich voor dit schilderij losjes op ‘Couple in Bed’ (1977) van Philip Guston, dat de Amerikaanse schilder in bed toont, aangedrukt tegen zijn echtgenote en met de penselen nog in de hand. Wat iconografie betreft kan men ook associaties leggen met ‘Of This Man Shall Know Nothing’ (1923) van Max Ernst, ‘Der Paukenspieler’ (1940) van Paul Klee en ‘Adam & Eve’ (1974) van Charles Garabedian, een vertegenwoordiger van de zgn. ‘bad painting’, waarmee de werken van Swennen soms in verband worden gebracht. De figuratie herinnert in haar geheel aan motieven uit de populaire beeldcultuur, waaronder de traditionele voorstelling van piraten in tekenfilms (met de archetypische donkere, driekantige hoed en het houten been) of zelfs Cupido’s voet uit de begingeneriek van het satirische tv-programma Monty Python’s Flying Circus.
Zoals regelmatig het geval bij Swennen is het werk onderaan niet gesigneerd, maar zijn de initialen van de kunstenaar (‘W’ en ‘S’) in de compositie enigszins zelf af te lezen: hier is dat in het silhouet van het enkele geplooide, houten been. De titel van het werk en de voorstelling lijken schalks te verwijzen naar de ‘manus dei’ (hand van God), een motief uit de Joodse en vroegchristelijke kunsttradities dat gelinkt is aan noties van representatie, beeldverbod en beeldverering.
Dit schilderij geldt als een ‘vroeg’ werk van Swennen, die zich pas omstreeks 1981 - op latere leeftijd - aan de beeldende kunst zette. Het kwam kort na zijn verhuis naar Antwerpen en de huur van een atelier in de Magdalenastraat tot stand, in de periode dat de kunstenaar zijn eerste institutionele erkenning in Vlaanderen en België begon te genieten. Het was onder meer te zien op zijn solotentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel (1986). Het werk was een van de eerste werken dat door de Vlaamse Gemeenschap in 1986 werd verworven in functie van het toen nog te openen MUHKA. Waar de kunstenaar zich in zijn vroegste schilderijen beperkte tot een sober palet van zwart, grijs en wit, wijst dit werk al voorzichtig in de richting van een uitgesprokener en bont kleurgebruik, dat zich nog vanaf 1985 in zijn oeuvre doorzette.
Het verfoppervlak vertoont weinig textuur of reliëf. Het bestaat uit matte en glanzende acrylverf die met zichtbaar vlotte, snelle bewegingen en vingerdikke of bredere borstels op het doek is aangebracht. De compositie lijkt gaandeweg op het doek zelf tot stand gekomen - al is er in een privécollectie niettemin een kleine, voorbereidende studie op papier bekend - en toont op verschillende manieren sporen van het maakproces: we zien schetsmatig gezette contouren, ongelijkmatige vlakvulling, verfspatten, uitgelopen verf en verfpartijen die de suggestie wekken van overschildering, vooral ter hoogte van het been. Het motief van de voet, dat in allerlei zegswijzen geassocieerd wordt met afwijzing, bedrog of nonchalance (‘iets met voeten treden’, ‘iemand een voetje lichten’, ‘ergens zijn voeten aan vegen’…), lijkt de houding van de kunstenaar tegenover conventies en de traditionele goede smaak te verbeelden.
Production date 1985
Object nameacrylverfschilderij
Object categoryschilderijen
Physical description
acrylverf op doek
Dimensions200 x 160 cm
Documentation
